70% van engagement zit bij de direct leidinggevende

Bedrijven investeren flink in betrokkenheid. Een uitgeschreven missie, een waardenkader aan de muur, een doordacht HR-beleid, enquêtes om de vinger aan de pols te houden. Stuk voor stuk zinvol. Maar er is één factor die zwaarder doorweegt dan dat alles samen, en die krijgt opvallend weinig gerichte aandacht: de directe leidinggevende. Uit onderzoek van Gallup blijkt dat de leidinggevende voor ongeveer 70% het engagement van een team bepaalt. Niet HR, niet de bedrijfsmissie, niet het loonpakket. De persoon die er elke dag staat, die de planning verdeelt, feedback geeft en het gesprek voert (of net niet voert).

 

Wat dat cijfer écht betekent

Zeventig procent is geen detail. Het betekent dat je een sterk uitgewerkt HR-beleid kan hebben en alsnog mensen ziet vertrekken, simpelweg omdat hun leidinggevende niet mee is. De mooiste waarden op papier houden niemand binnen als de dagelijkse realiteit op de werkvloer anders aanvoelt.

Mensen verlaten zelden "een bedrijf" in abstracte zin. Ze verlaten een situatie: te weinig erkenning, onduidelijke verwachtingen, het gevoel niet gezien te worden. En die situatie wordt grotendeels bepaald door één persoon. Dat maakt de leidinggevende meteen je grootste hefboom, in beide richtingen. Een sterke leidinggevende tilt een gemiddeld team op. Een zwakke leidinggevende laat zelfs een sterk team afbrokkelen.

 

Het pijnlijke gevolg: leidinggeven als bijtaak

Hier wringt het bij veel organisaties. Want als 70% van het engagement bij de leidinggevende ligt, zou je verwachten dat we die rol met de grootste zorg invullen. In de praktijk gebeurt vaak het tegenovergestelde.

Het patroon is herkenbaar. Iemand is sterk in zijn vak bv de beste technieker, de scherpste verkoper, de meest ervaren ploegbaas en wordt om die reden teamleider. Een logische beloning, op het eerste gezicht. Maar inhoudelijk sterk zijn en mensen kunnen leiden zijn twee verschillende dingen. Sturen, motiveren, feedback geven, een moeilijk gesprek voeren: dat is een vak op zich. En te vaak wordt het behandeld als iets dat er gewoon bij komt.

Zo ontstaat een leidinggevende die nooit heeft geleerd leiding te geven, in een rol die voor 70% het engagement van zijn mensen bepaalt. Dat is geen verwijt aan die persoon. Het is een gevolg van hoe we de rol benaderen.

Lees zeker ook waarom de leider in essentie niet veranderd is, maar de context wel.

 

Van bijtaak naar kerntaak

De verschuiving die nodig is, is fundamenteel maar eenvoudig te benoemen: leidinggeven is niet iets wat je erbij doet, het is de job. Wie een team aanstuurt, heeft als kerntaak dat team te laten functioneren, te ontwikkelen en te behouden. Het vakinhoudelijke werk komt daarna.

Dat heeft twee concrete gevolgen.

  • Het eerste raakt aan wie je promoveert. De beste vakman is niet automatisch de beste leidinggevende. Soms wel, vaak niet. De vraag bij een promotie zou niet alleen mogen zijn "wie is hier het sterkst in zijn werk?", maar ook "wie kan en wil mensen leiden?". Dat zijn twee aparte beoordelingen.

  • Het tweede raakt aan wat je daarna investeert. Iemand in een leidinggevende rol zetten zonder hem te ondersteunen, is hem laten zwemmen met een opdracht waar veel van afhangt. Leiderschap is leerbaar: feedback geven, erkenning op de juiste manier brengen, een team lezen maar dan moet je er wel bewust in investeren in plaats van te hopen dat het vanzelf komt.

 

Wat dit voor jou betekent

Als 70% van het engagement bij je leidinggevenden ligt, dan is leiderschapsontwikkeling geen luxe of een zachte HR-investering. Het is je grootste hefboom op verloop en productiviteit. Elke euro en elk uur dat je daarin steekt, werkt door op het hele team eronder.

Drie vragen om je eigen aanpak tegen het licht te houden. Promoveer je mensen tot leidinggevende op basis van hun vakkennis, of ook op basis van hun vermogen om te leiden? Behandelen je teamleiders leidinggeven als hun kerntaak, of als iets dat tussendoor moet? En investeer je gericht in hun leiderschap, of ga je ervan uit dat ze het wel oppikken?

Wie die vragen eerlijk beantwoordt, weet meteen waar de grootste winst te halen valt en dat is niet in een nieuw beleid, maar in de mensen die het elke dag in de praktijk brengen.

 

Terug naar overzicht