Vanaf 2027 wordt tijdsregistratie in België verplicht. Dat bericht is intussen al enkele keren opgedoken, maar de definitieve wettekst is er nog niet. Voor veel zaakvoerders en HR-verantwoordelijken roept dat vooral vragen op: geldt dit voor mijn bedrijf, en moet ik nu al iets doen?
Het antwoord op die tweede vraag is voor een deel al bekend. Los van wat er vanaf 2027 verandert, bestaan er vandaag al specifieke verplichtingen rond tijdsregistratie, en die gelden ongeacht de grootte van je onderneming. Dat onderscheid, tussen wat nog moet worden vastgelegd en wat vandaag al geldt, brengt meteen wat rust in de discussie.
De nieuwe verplichting vloeit voort uit Europese rechtspraak uit 2019 en 2024, niet uit een eigen Belgisch initiatief. Het Hof van Justitie oordeelde dat lidstaten werkgevers moeten verplichten om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem in te voeren waarmee de dagelijkse arbeidstijd van elke werknemer gemeten kan worden. België moet die rechtspraak nog omzetten in eigen wetgeving.
Daarbij liggen twee zaken nog niet vast. Er is nog geen definitieve wettekst, en ook het toepassingsgebied is nog onduidelijk. Geldt de verplichting voor alle werkgevers, of pas vanaf een bepaalde bedrijfsgrootte? Uitstel is bovendien niet uitgesloten. België paste ook bij de omzetting van de Europese loontransparantie-richtlijn eerder al vertraging toe. Wie nu al concrete cijfers, drempels of uitzonderingen als vaststaand feit ziet circuleren, neemt dat dus best met een korrel zout.
Terwijl de nieuwe wet nog vorm krijgt, bestaan er los daarvan al specifieke verplichtingen. Ze gelden vandaag al, voor elk bedrijf dat in de situatie zit, ongeacht het aantal medewerkers.
Val je onder een van deze situaties, dan is tijdsregistratie voor jouw bedrijf geen toekomstmuziek, maar een verplichting waar sociale inspecteurs vandaag al op controleren.
Niet elke werknemer zal straks onder de nieuwe verplichting vallen. De huidige plannen voorzien uitzonderingen voor werk met bijzondere kenmerken, waaronder:
Deze lijst ligt niet definitief vast. Er kunnen in de toekomst nog categorieën aan toegevoegd worden, dus wie zich vandaag op basis van zijn functie al veilig acht, doet er goed aan de verdere ontwikkeling van de wet op te volgen.
Een klassieke prikklok is niet verplicht. De huidige beleidslijn laat een vrije keuze van systeem toe, zolang het objectief, betrouwbaar en toegankelijk is. Dat kan dus even goed digitaal als op papier, zolang het aan die voorwaarden voldoet.
Eén nuance is belangrijk: een systeem dat de uren automatisch invult op basis van het voorziene rooster, volstaat niet. Het gaat om de werkelijk gepresteerde arbeidstijd, niet om de geplande. Wie vandaag al met een planningstool werkt zonder effectieve registratie, voldoet dus niet automatisch aan de verwachtingen die de nieuwe wet zal stellen.
Recent onderzoek van Protime bevestigt dat de praktijk voorlopig achterloopt op de verwachtingen. Amper 54% van de Belgische bedienden heeft vandaag zijn gewerkte tijd geregistreerd. Toch staat een grote meerderheid er niet negatief tegenover: slechts 23% van de bedienden en 17% van de werkgevers is tegen de nieuwe verplichting. Bijna de helft van de werknemers, 48%, verwacht een betere registratie van overuren, en 43% verwacht dat het helpt om werk en privétijd beter te scheiden. Voor 69% van de organisaties biedt tijdsregistratie bovendien meer inzicht in de werkdruk binnen het team.
Voor bedrijven die vandaag al onder een van de bestaande verplichtingen vallen, verandert er op dat vlak dus weinig. Sociale inspecteurs kijken daar nu al naar bij controles, dus dit is voor hen geen nieuw aandachtspunt maar een bevestiging van een bestaande praktijk.
De grootste winst van de nieuwe wet ligt dan ook niet in een compleet nieuw systeem, maar in duidelijkheid. Iedereen weet straks waar hij aan toe is, in plaats van per situatie te moeten uitzoeken welke regel van toepassing is. Tot die duidelijkheid er is, blijft de veiligste aanpak dezelfde: nagaan of je vandaag al onder een bestaande verplichting valt, en van daaruit verder bouwen zodra de definitieve wettekst er is.