Leiderschap: aangeboren of aangeleerd?

Sommige leiderschapscompetenties kunnen ongetwijfeld aangeleerd en ontwikkeld worden. Denk maar aan actief luisteren of feedback geven. Daarnaast zijn er ook een aantal persoonlijkheidseigenschappen die aangeven of iemand van nature aanleg heeft voor leidinggeven.

Het big five-model is een uitstekende tool om iemand zijn leiderschapspotentieel in kaart te brengen en om te voorspellen welke stijl die daarbij zou hanteren.

Persoonseigenchappen die op leiderschap wijzen

Leiders hebben een hogere score op extraversie dan niet-leiders. Hoge extraversie duidt erop dat iemand zijn energie haalt uit andere mensen, graag omringd is en invloed wilt uitoefenen. In combinatie met hoge extraversie hebben leiders lage scores op emotionele beleving. Dit betekent dat leiders het overzicht moeten kunnen houden in hectische situaties, naar deadlines toe werken en zich niet snel laten ontmoedigen of op de kast jagen. 

Het domein zelfsturing vertelt in hoeverre de leider ook een manager is. Een manager moet planmatig te werk gaan, resultaten neerzetten, projecten afwerken, doelen vertalen naar concrete taken, opvolgen en bijsturen. Iemand die hoog scoort op zelfsturing zal meer over deze eigenschappen beschikken dan anderen. Ook het domein openheid voegt extra informatie toe. Een leider die visie en lange termijn strategie ontwikkelt, die van verschillende markten thuis is, kritisch omgaat met informatie en innoverende ideeën formuleert wordt gekenmerkt door hoge scores binnen het domein openheid. En tot slot voegt ook het domein altruïsme informatie toe over de (potentiële) leiderschapsstijl. Een hoog altruïstisch persoon zal leiderschap vanuit een heel menselijk standpunt invullen terwijl een laag altruïstisch persoon beter geschikt is voor zakelijk management, zeker wanneer er harde of onpopulaire beslissingen moeten genomen worden. 

(Voor de volledigheid willen we ook vermelden dat extreem hoge of lage scores niet altijd positief zijn. Extreme scores betekenen vaak dat sterktes omgeslagen zijn in valkuilen.)

En wat telt nog mee naast persoonlijkheid?

Naast persoonlijkheid speelt ook intelligentie een rol, en dan specifiek de analytische of kritische intelligentie. Leiders en managers moeten in staat zijn om juiste conclusies te trekken uit complexe informatie. Oordeels- en besluitvorming, probleemoplossende vaardigheden, evalueren van de kwaliteit van de informatie, ... zijn cruciale eigenschappen van een goede leider. Ook de situatie en de omstandigheden waarin iemand terecht komt, bepaalt zijn of haar leiderschapskwaliteiten.

Het in kaart brengen van iemand zijn leiderschapspotentieel vraagt dus de nodige deskundigheid en expertise. De vraag of leiderschap is aangeboren of aangeleerd is dan ook niet eenvoudigweg met ja of nee te beantwoorden.

Op zoek naar een antwoord op je HR-vraag?
We denken heel graag met je mee.

Contacteer An